Vak Duurzame Steden: Wonen in een klimaatvriendelijke Gentse rand

In het vak ‘Duurzame steden’ gaan we elk jaar in op een complex duurzaamheidsvraagstukken en voortbouwend op de logica van de Stadsacademie[1] betrekken we de kwestie op de Gentse context. Het jaarthema kan wisselen. Voorgaande academiejaren focusten we op het stedelijke voedselvraagstuk (2018-2019), korte keten (2019-2020), lokale duurzaamheidsstrategieën in Gentbrugge (2020-2021) en in het academiejaar 2021-2022 stond wonen in een klimaatvriendelijke 20ste-eeuwse Gentse rand centraal.

Gent groeit maar heeft het moeilijk om plaats te maken voor wie in de stad wil wonen. Dat leidt vooralsnog tot een oververdichting van de binnenstad en van de 19de-eeuwse gordel. In de 20ste-eeuwse Gentse rand is er potentieel ruimte om dicht bij de centrumfuncties te wonen. Ook al is de dichtheid er minder hoog dan in de binnenstad, toch is het niet zo makkelijk om hier plaats te ruimen voor nieuwe Gentenaars. Het terrein is bezet met morsige bedrijventerreinen en villawijken. Een boeiend spanningsveld dient zich echter aan: co-housers steken er hun neus aan het venster en bouwaanvragen liggen bij de gemeente om twee ruimte- en energieverslindende villa’s te vervangen door een appartement. Ook vinden we er zowel de erfenis van de koolstofstad als fragmenten van de post-koolstofstad naast elkaar. Op Michelin-kaarten, niet toevallig gesponsord door een bandenfabrikant, is dit de ruimte waarop de lijnen van de snelweg het dikst zijn aangezet. Koning auto staat nog steeds centraal, maar vandaag worden in diezelfde ruimte ook fietssnelwegen aangelegd en wordt op oude steenwegen een rijvak opgegeven voor een vrije busbaan of tram.

De 20ste-eeuwse rand is meer en meer een plek waar verschillende visies op de stad botsen. In academische en beleidskringen wordt stilaan duidelijk dat een sterke, brede en duurzame visie nodig is inzake de (her)ontwikkeling van de 20ste-eeuwe rand rond onze steden. Waar de focus tot voor kort lag op stadsvernieuwing in de 19de-eeuwse gordel (bv. Ledeberg, Brugse Poort, Rabot, Dampoort, etc.), ontstaan de voorbije jaren heel wat processen en instrumenten die ook focussen op de Gentse rand (bv. Gentbrugge, Zwijnaarde, Sint-Denijs-Westrem, Drongen, Mariakerke, etc.). De 20ste-eeuwse rand dwingt de stad en haar burgers om de stap naar de 21ste-eeuw te zetten, afscheid te nemen van de dromen van onze ouders en grootouders, en een post-suburbane toekomst te bedenken die breekt met de koolstofstad, met inname van open ruimte, met autoafhankelijkheid, met onnodige verharding etc.

Kortom, de 20ste-eeuwse wijken in de Gentse stadsrand zijn een potentieel laboratium om over verschillende duurzaamheidsuitdagingen en -transities tegelijk na te denken: kwaliteitsvol en betaalbaar wonen, verdichting en open ruimte, sociale uitsluiting en diversiteit, migratie en integratie, bereikbaarheid en mobiliteit, milieu en gezondheid, groen en biodiversiteit, etc. Om vanuit een voldoende scherpe en reële invalshoek deze verweven uitdagingen te verkennen, enkele analyses uit te voeren en kritisch te reflecteren, focusten we in dit vak niet alleen op wonen in de 20ste-eeuwse rand, maar ook op de cruciale, maar brede klimaatuitdagingen.

Zowel op internationaal niveau (bv. het klimaatakkoord van Parijs) als op lokaal niveau (bv. het klimaatplan 2020-2025 van de Stad Gent) worden streefdoelen naar voor geschoven om de opwarming van het klimaat te beperken tot 2°C of liefst 1,5°C. Gegeven de huidige emissietrends is volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) reeds over 10 jaar ons zogenaamd koolstofbudget om beneden 1,5°C opwarming te blijven volledig opgesoupeerd. Streven naar klimaatneutraliteit in 2050 doet bijgevolg vragen oproepen. Het IPCC pleit alvast voor snelle en radicale ‘systeemtransities’ op vlak van o.a. elektriciteit, landgebruik, infrastructuur, mobiliteit en industrie om de opwarming onder controle te houden.

In het academiejaar 2021-2022 dachten we specifiek na over de dominante framing van het klimaatprobleem (dat zich ent op een globaal CO2-beheer), over de Gentse klimaatambities en strategieën op vlak van wonen en stadsontwikkeling, en over bestaande en noodzakelijke vertalingen in de praktijk binnen de 20ste-eeuwse Gentse stadsrand. Of nog concreter: welke stappen worden wel en niet gezet in de Gentse stadsrand op vlak van wonen en stadsontwikkeling? Wie moet of kan wat doen? Wat waar en wanneer wel of niet? En wat is bijvoorbeeld de zin en onzin van bepaalde lokale benaderingen om het klimaatvraagstuk aan te pakken? Etc.

We vertrokken niet bij de antwoorden, maar wel bij deze vragen en trachtten te achterhalen welke sleutelonzekerheden het vraagstuk bepalen. Aan de hand van aangereikte kaders namen we enkele stadsprojecten, woonexperimenten en andere niche-initiatieven in de 20ste-eeuwse Gentse rand onder de loep, ontwikkelden we mogelijke toekomstscenario’s 2), om tot slot te landen met normatieve stellingnames en oplossingsstrategieën voor deze Gentse rand gegeven de klimaatuitdagingen. Met dit geheel van opdrachten hopen we samen een beter zicht te krijgen op hoe klimaatvriendelijk wonen en duurzame stadsontwikkeling er wel en niet kan uitzien in de 20ste-eeuwse rand, welke transities zinvol kunnen zijn en hoe we op adequate wijze meerdere klimaatuitdagingen kunnen vertalen in robuust beleid.

https://stadsacademie.be/onderwijs/vak-duurzame-steden-wonen-in-een-klimaatvriendelijke-gentse-rand/

Masterproefatelier De-institutionalisering van woonzorgomgevingen

In het academiejaar 2022-2023 gaan studenten in dit masterproefatelier aan de slag met het thema ‘de-institutionalisering’, geïnspireerd door de overkoepelende vraag hoe zorg- en ondersteuninginitiatieven in die geest ontworpen, (her-)ontwikkeld, gestimuleerd en geïmplementeerd (kunnen) worden. Daarbij worden institutionalisering en de-institutionalisering begrepen als kwesties die bestaan uit zowel een sociaal-ruimtelijke dimensie als een culturele dimensie. Een sociaal-ruimtelijk perspectief focust op de vraag wat ruimte met mensen doet, en wat mensen met ruimte doen. De culturele dimensie van (de)institutionalisering omvat het vraagstuk hoe een institutionele cultuur vorm krijgt, bijvoorbeeld op basis van rigiditeit van routine (zoals vaste tijdschema's), sociale afstand en het niet-gepersonaliseerd werken. Deze dimensies zijn sterk met elkaar verweven.

Dit atelier houdt enerzijds een zoektocht naar de verscheidenheid aan interpretaties, ontwikkelingen en realisaties van de-institutionalisering in en overheen zorgwerkvelden (zorg voor personen met een handicap, geestelijke gezondheidszorg, en jeugdzorg). De cases en ‘wicked’ issues zijn divers en situeren zich zowel in Gent als in Vlaanderen. Daarom willen we een trans-disciplinaire wisselwerking uitbouwen om de kwestie hoe zorg en ondersteuning lokaal ontworpen en geïmplementeerd kan worden te herdenken en opnieuw te verbeelden aan de hand van inspirerende en vruchtbare toekomstscenario’s.

Het in kaart brengen van de brede waaier aan bestaande initiatieven; hoe sociaal-ruimtelijke kwaliteit gerealiseerd wordt en kan worden; welke plaats personen in de GGZ, personen met een handicap, ouderen en jongeren in de jeugdzorg (mogen en kunnen) innemen in deze processen; welke woon-zorg-parcoursen deze burgers afleggen; welke discoursen het de-institutionaliseringsdebat kleuren…, het zijn slechts enkele vragen waar in het masterproefatelier mee aan de slag kan worden gegaan.

Op zoek naar…
De onderzoeksvragen die in de schoot van dit masterproefatelier kunnen ontstaan raken aan een brede waaier van disciplines en omvatten zowel brede als meer specifieke vraagstukken. We denken specifiek aan expertise van studenten en promotoren vanuit: architectuur, stedenbouw en ruimtelijke planning, geografie, antropologie, conflict & development, landschapsarchitectuur, sociaal werk en sociale pedagogiek, pedagogische wetenschappen, sociologie, criminologie, bestuurskunde, eerstelijnsgezondheidszorg en ruimere gezondheidswetenschappen, (klinische) psychologie, bio-ingenieurswetenschappen, kunstwetenschappen, geschiedenis, wijsbegeerte en moraalwetenschap, …

https://stadsacademie.be/onderwijs/masterproefatelier-de-institutionalisering-van-woonzorgomgevingen/

Masterproefatelier Herontwikkeling van woonzorgomgevingen

De centrale vraag in dit masterproefatelier is: “Hoe kunnen we woonzorgomgevingen in de toekomst radicaal herdenken vanuit een sociaal-ruimtelijk perspectief?”. Veranderende maatschappelijke opvattingen rond hoe we vandaag zorg een plaats geven in onze samenleving, in combinatie met een verouder(en)d zorgpatrimonium stelt ons voor fundamentele en concrete uitdagingen. Wat als we woonzorgomgevingen in de toekomst niet langer zien als enclaves in de stad of stadsrand waar mensen afgezonderd worden van de samenleving? Wat als we niet langer zouden vertrekken vanuit afgebakende ‘doelgroepen’ maar vanuit een diversiteit van burgers (inclusief ouderen, studenten, zorgprofessionals, etc.) bij het inbedden van zorg en ondersteuning in inclusieve woonzorgomgevingen?

In dit masterproefatelier staat de concrete case Zorgsite Lemberge centraal. Op vraag van Zorgband Leie en Schelde start vanaf begin 2022 tot midden 2023 een sociaal-ruimtelijk onderzoek, gekoppeld aan het masterproefatelier. Naar aanleiding van sterk verouderde infrastructuur, wil Zorgband Leie en Schelde werk maken van de reconversie van de gehele site Lemberge, waar zich momenteel een woonzorgcentrum, revalidatieziekenhuis en een centrum voor personen met (jong)dementie bevindt. In de nabije buurt bevindt zich o.a. de campus Diergeneeskunde (UGent) en GGZ-voorziening Karus. De ambitie is om op een toekomstbestendige manier de sociaal-ruimtelijke kwaliteit van deze woonzorgomgeving te verhogen. Hierbij wordt onder meer gedacht aan nieuwe, kleinschalige, en inclusieve woonvormen; intergenerationele uitwisseling tussen ouderen en studenten; participatieve en belevingsgerichte zorg; actieve samenwerking en ruimte voor ontmoeting met de buurt en de buren; mogelijke wisselwerking met stadslandbouw en lokale voedselstrategieën; enz.

Op zoek naar…
De onderzoeksvragen die in de schoot van dit masterproefatelier kunnen ontstaan raken aan een brede waaier van disciplines en omvatten zowel brede als meer specifieke vraagstukken. We denken specifiek aan expertise van studenten en promotoren vanuit: architectuur, stedenbouw en ruimtelijke planning, geografie, antropologie, conflict & development, landschapsarchitectuur, sociaal werk en sociale pedagogiek, pedagogische wetenschappen, sociologie, criminologie, bestuurskunde, eerstelijnsgezondheidszorg en ruimere gezondheidswetenschappen, (klinische) psychologie, bio-ingenieurswetenschappen, kunstwetenschappen, geschiedenis, wijsbegeerte en moraalwetenschap, …

https://stadsacademie.be/onderwijs/masterproefatelier-herontwikkeling-van-woonzorgomgevingen/

Masterproefatelier Diversiteit in sociaal wonen. Case Nieuw Gent

De komende 10 jaar zal de sociale woonwijk Nieuw Gent grondig veranderen. Met het stadsvernieuwingsprogramma 'Nieuw Gent Vernieuwt' zullen immers alle bestaande sociale woontorens (van de sociale woonmaatschappij WoninGent) worden afgebroken en vervangen door nieuwe huisvesting volgens een nieuw stedenbouwkundig plan. Ook de publieke ruimte en de voorzieningen zullen grondig worden herdacht en aangepakt. In dit masterproefatelier zullen wij deze grootschalige operatie in de uiterste diverse sociale woonwijk bestuderen en haar ruimtelijke en sociale doelstellingen en gevolgen van dichtbij en in samenwerking met betrokken stakeholders onderzoeken.

Dit masterproefatelier 'Diversiteit in Sociale Huisvesting' loopt al voor het derde academiejaar en werkt in algemene zin rond het woningvraagstuk in de stad Gent (eerder werkten we al op de sociale hoogbouwwijk Watersportbaan en sociale tuinbouwwijk St Bernadette in Gent. Ieder academiejaar bouwt verder op de lessen, resultaten en inzichten van de voorbije jaren.

De grondige vernieuwing van de wijk Nieuw Gent met daaraan gekoppelde verhuisoperatie deed al heel wat stof opwaaien. Ze roept heel wat belangrijke vragen op bij de verschillende stakeholders en het is de ambitie van de Stadsacademie die samen met hen nader te onderzoeken en nieuwe scenario's en beleidsaanbevelingen te ontwikkelen: hoe kan de nieuwe wijk een sociaal duurzame woonwijk worden? Wat met de bewoners die uit hun huis gezet worden? Hoe moet de nieuwe wijk er stedenbouwkundig uitzien en hoe zal ze binnen het bredere stedenbouwkundige ensemble van de omliggende buurten, infrastructuur, stedelijke voorzieningen en groenassen geïntegreerd worden? Wat zijn de voordelen van nieuwbouw tegenover renovatie en hoe kunnen de wachtlijsten in de sociale huisvesting worden ingekort in tijden van een grote renovatieopdracht? Hoe kan zo’n wijk duurzaam worden opgebouwd op vlak van warmtenet, circulaire economie en autodelen en hoe kan de wijk op een participatieve manier tot stand komen? Hoe kunnen mensen met zeer verschillende achtergronden samenleven en welke infrastructuur van ontmoeting kan hen (beter) samenbrengen? En in tijden van de COVID-19 pandemie niet te vergeten: Hoe zit het met de buurtgezondheidsvoorzieningen in de wijk?

Doorheen het academiejaar betrekken we in een aantal interne en publieke (online) workshops kernorganisaties zoals de sociale huisvestingsmaatschappij WoninGent, het stadsontwikkelingsbedrijf SoGent en de Dienst Wonen van de Stad Gent, nodigen we keynote speakers uit de academische wereld en het middenveld uit, en organiseren we publieke evenementen om een publiek debat op gang te trekken. Ook plannen we (indien de maatregelen tegen het coronavirus het toelaten) een aantal studiebezoeken ter plaatse om in gesprek te gaan met sociale initiatieven in te wijk (zoals Campus Atelier) en buurtbewoners. De bedoeling om de eindresultaten van de masterproeven en het gezamenlijke leerproces te valoriseren in de vorm van bijvoorbeeld een tentoonstelling.

Foto: Luce Beeckmans

https://stadsacademie.be/onderwijs/masterproefatelier-diversiteit-in-sociaal-wonen-case-nieuw-gent/

Masterproefatelier Diversiteit in sociale huisvesting. Case Sint-Bernadettewijk

Hoewel zowel sociale huisvesting als het diversiteitvraagstuk de laatste tijd erg veel in het nieuws aan bod komen, zijn beiden samen tot op heden nog maar weinig verkend en al helemaal niet vanuit de architectuur en stedenbouw. Nochtans kennen de meeste grootschalige sociale huisvestingswijken die het licht zagen na WOII een bijzonder diverse bevolkingssamenstelling. Hoewel ze vaak worden geconcipieerd als wijken zonder 'sociale mix' (in de klassieke zin van inkomensmix of housing tenure mix), zijn het in realiteit de meest superdiverse stedelijke woonwijken. Bovendien werden de sociale woonwijken destijds bedacht voor een vrij homogene populatie (en als volkshuisvesting in plaats van sociale huisvesting). De cruciale vraag is dan wat deze demografische shift betekent voor deze sociale huisvestingsprojecten? Het sociaal huisvestingspatrimonium is bovendien niet enkel langzaam onaangepast aan de diversiteit aan bewoners, het is ook in slechte staat en vraagt om vernieuwing en er is nood aan extra aanbod om wachtlijsten weg te werken. Dit vraagt om het herdenken van woningtypes, om het herdenken van stedenbouwkundige modellen voor de inpassing, en om het herdenken van mogelijke instrumenten om de verbreding en diversiteit te realiseren.

In dit atelier focussen we specifiek op de sociale tuinwijk St Bernadette in Gent, eigendom van sociale huisvestingsmaatschappij WoninGent. Deze tuinwijk uit 1923 deed heel wat stof opwaaien in de media sinds de woningen in 2018 door een Pano-reportage als ‘schimmelwoningen’ geportretteerd werden. Na een omstreden besluitvorming, zal de tuinwijk volledig gesloopt en vervangen worden door een 21ste-eeuws tuinwijkproject. Met de studenten en stedelijk actoren blikken we vooruit op de toekomst van de wijk vanuit verschillende perspectieven: woontypologie, bewonerstoe-eigening, collectieve voorzieningen, bovenlokale verbinding, participatie, moreel beraad en burgerschap.

https://stadsacademie.be/onderwijs/masterproefatelier-diversiteit-in-sociale-huisvesting-case-st-bernadette/

Masterproefatelier Wonen in diversiteit. Case Watersportbaan

Hoewel zowel sociale huisvesting als het diversiteitvraagstuk de laatste tijd erg veel in het nieuws aan bod komen, zijn beiden samen tot op heden nog maar weinig verkend en al helemaal niet vanuit de architectuur en stedenbouw. Nochtans kennen de meeste grootschalige sociale huisvestingswijken die het licht zagen na WOII een bijzonder diverse bevolkingssamenstelling. Hoewel ze vaak worden geconcipieerd als wijken zonder 'sociale mix' (in de klassieke zin van inkomensmix of housing tenure mix), zijn het in realiteit de meest superdiverse stedelijke woonwijken. Bovendien werden de sociale woonwijken destijds bedacht voor een vrij homogene populatie (en als volkshuisvesting in plaats van sociale huisvesting). De cruciale vraag is dan wat deze demografische shift betekent voor deze sociale huisvestingsprojecten? Het sociaal huisvestingspatrimonium is bovendien niet enkel langzaam onaangepast aan de diversiteit aan bewoners, het is ook in slechte staat en vraagt om vernieuwing en er is nood aan extra aanbod om wachtlijsten weg te werken. Dit vraagt om het herdenken van woningtypes, om het herdenken van stedenbouwkundige modellen voor de inpassing, en om het herdenken van mogelijke instrumenten om de verbreding en diversiteit te realiseren.

In dit atelier focussen we specifiek op de sociale hoogbouwwijk Watersportbaan in Gent. De woonblokken aan de Watersportbaan werd gebouwd van 1959 tot 1965. Het modernistisch geïnspireerde urbanisatieplan voorzag de bouw van elf blokken met ca. 1.300 appartementen op slechts 14% bebouwde oppervlakte. De oost-west georiënteerde inplanting liet nog veel ruimte voor groen, recreatie en voorzieningen. Het stadsbestuur verkocht de loten bouwgrond aan zes verschillende huisvestingsmaatschappijen die actief waren in Gent: de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting, De Goede Werkmanswoning, Volkshaard, De Gentse Haard, de Oost-Vlaamse Huurderscoöperatie en de Huisvestingsmaatschappij van Vlaanderen. In praktijk werden de geplande gemeenschappelijke voorzieningen beperkt gerealiseerd omwille van budgettaire redenen. Vandaag zijn de woontorens in eigendom van vier huisvestingsmaatschappijen, namelijk WoninGent, De Gentse Haard, de Volkshaard en ABC. Enkele torens waaronder ‘Dennenhof’ en ‘Rozenhof’ van de Volkshaard werden gerenoveerd in 2010, de hoogbouwtoren ‘Belvédère’ van ABC in 2015. De hoogbouwtorens van WoninGent en De Gentse Haard verkeren vandaag in een mindere staat en enkelen zullen in de nabije toekomst worden vervangen. Bovendien bestaat er tot op heden geen masterplan om de site op een meer gestructureerde manier te herdenken. In dit masterproefatelier kijken we of een verbreding en vernieuwing van het woonaanbod mogelijk is in de toekomst.

https://stadsacademie.be/onderwijs/masterproefatelier-wonen-in-diversiteit-2/

Vak Duurzame Steden: Duurzame stadsontwikkeling in Gentbrugge

In het vak ‘Duurzame steden’ staan complexe Gentse duurzaamheidsvraagstukken centraal. Het jaarthema wisselt en in het academiejaar 2020-2021 wordt gefocust op duurzame stadsontwikkeling in de 20ste-eeuwse Gentse rand centraal.

Gent groeit maar heeft het moeilijk om plaats te maken voor wie in de stad wil wonen. Dat leidt vooralsnog tot een oververdichting van de binnenstad en de 19de-eeuwse gordel. In de 20ste-eeuwse Gentse rand is er potentieel ruimte om dicht bij de centrumfuncties te wonen. Ook al is de dichtheid er minder hoog dan in de binnenstad, toch is het niet zo makkelijk om hier plaats te ruimen voor nieuwe Gentenaars. Het terrein is bezet met morsige bedrijventerreinen en villawijken. Een boeiend spanningsveld dient zich echter aan: co-housers steken er hun neus aan het venster en bouwaanvragen liggen bij de gemeente om twee ruimte- en energieverslindende villa’s te vervangen door een appartement. Ook vinden we er zowel de erfenis van de koolstofstad als fragmenten van de post-koolstofstad naast elkaar. Op Michelin-kaarten, niet toevallig gesponsord door een bandenfabrikant, is dit de ruimte waarop de lijnen van de snelweg het dikst zijn aangezet. Koning auto staat nog steeds centraal, maar vandaag worden in diezelfde ruimte ook fietssnelwegen aangelegd en wordt op oude steenwegen een rijvak opgegeven voor een vrije busbaan of tram.

Deze rand is meer en meer een plek waar verschillende visies op de stad botsen. In academische en beleidskringen wordt duidelijk dat een sterke, brede en duurzame visie nodig is inzake de (her)ontwikkeling van de 20ste-eeuwe rand rond onze steden. De Gentse stadsrand is dan ook een potentieel laboratorium om over verschillende duurzaamheidsuitdagingen en -transities tegelijk na te denken: kwaliteitsvol en betaalbaar wonen, verdichting en open ruimte, sociale uitsluiting en diversiteit, migratie en integratie, bereikbaarheid en mobiliteit, milieu en gezondheid, groen en biodiversiteit, etc. Om vanuit een voldoende scherpe en reële invalshoek deze verweven uitdagingen te verkennen, enkele analyses uit te voeren en kritisch te reflecteren, focussen we in dit vak op één specifiek gebied, met name de Gentse deelgemeente Gentbrugge. Specifiek willen we nadenken over de zin en onzin van een lokale aanpak. In hoeverre kunnen duurzaamheidstransities vanuit lokale processen en initiatieven beïnvloed worden? Waar en wanneer wel of niet? Welke ontsnappen aan een wijk- of gebiedsgerichte aanpak? En welke strategieën tekenen zich daarbij af en wat mogen we ervan verwachten? Stellen we onze hoop op de ‘commons’, een wijkmunt, wijkbudgetten, eco-wijken, nieuwe vormen van commerciële dienstverlening, deeleconomie, etc.

We vertrekken niet bij de antwoorden, maar wel bij de vraag en proberen te achterhalen welke sleutelonzekerheden het vraagstuk bepalen. Aan de hand van aangereikte kaders nemen we enkele stadsprojecten en niche-initiatieven in Gentbrugge onder de loep, ontwikkelen we mogelijke toekomstscenario’s (bv. wat als we de E17 hier wegdenken?) en denken we na over normatieve toekomstbeelden en enkele specifieke oplossingsstrategieën voor deze Gentse deelgemeente. Met dit geheel van opdrachten hopen we samen met de studenten en Gentse beleidsmakers een beter zicht te krijgen op hoe duurzame stadsontwikkeling er wel en niet kan uitzien in de 20ste-eeuwse gordel, welke transities zinvol kunnen zijn en hoe we op adequate wijze meerdere duurzaamheidsuitdagingen kunnen vertalen in robuust beleid.

https://stadsacademie.be/onderwijs/vak-duurzame-steden-duurzame-stadsontwikkeling-in-gentbrugge/

Onderzoeksproject Baudelo: sociaal-ruimtelijk onderzoek

Organisatoren
Medewerkers/onderzoekers verbonden aan Architecture Workroom Brussels (AWB, Els Vervloesem en Heleen Verheyden) en onderzoekers verbonden aan de vakgroep Sociaal Werk en Sociale Agogiek (UGent, Griet Roets, Evelyne Deceur en Emmely Swinnen) in opdracht van Team Gents Stadsbouwmeester (Mattias Blondia), Dienst Stedelijke Vernieuwing (Maurits Vandegehuchte), en Dienst Facility Management (Michaël Stas)

Inhoud
Met het Baudelo project wil de Stad Gent een nieuwbouw realiseren, waarin een mix van zorg- en welzijnsvoorzieningen in combinatie met functies gericht op kinderen en jongeren wordt voorzien. Voor het Baudelo project werd gekozen om voorafgaand aan de opmaak van de projectdefinitie voor een architectuuropdracht, een sociaal-ruimtelijk onderzoek te voeren. Dit sociaal-ruimtelijk onderzoek had de doelstelling om, rekening houdend met de ruimtelijke randvoorwaarden, na te gaan:
• welke gebruikers al dan niet, en op welke manier verenigbaar zijn binnen eenzelfde gebouwenvolume en hoe het ontwerp hierop dient te worden afgestemd;
• welke mogelijkheden er zijn voor gedeeld gebruik tussen gebruikers;
• hoe het project zich dient te verhouden tot de buurt;
• op welke manier een gericht beheer kan voorzien worden

De meerwaarde van sociaal-ruimtelijk onderzoek houdt in dat in een vroeg stadium in het stadsproject de sociaal-ruimtelijke dimensie proactief in rekening gebracht kan worden. Eens een stadsgebouw er staat, wordt het immers in gebruik genomen door een diversiteit van gebruikers en bezoekers in een wisselwerking met de ruimere omgeving. De bedoeling van het sociaal-ruimtelijk onderzoek was dan ook om na te gaan hoe het Baudelo project kan bijdragen aan goede onderlinge verstandhoudingen tussen gebruikers, bezoekers en de buurt in plaats van verzuring en overlast te veroorzaken.

In die geest werd in het onderzoek een reconstructie van de historiek en eigenheid van de buurt, het gebruikersperspectief, en de synergie met de ruimere omgeving centraal gesteld. Zowel de individuele als collectieve capaciteit, noden, behoeften, aspiraties en ambities van de diverse actuele en toekomstige stakeholders – gebruikers, bezoekers en de buurt – werden bevraagd. Via ontwerpend onderzoek werden gevoelige discussies rond ‘het gezicht’ van het gebouw, de toegang, gedeeld ruimtegebruik, afzonderbare ruimte, privacy, het beheer van het gebouw, het toekomstige organisatiemodel enz. bespreekbaar gemaakt met een grote diversiteit aan toekomstige gebruikers.

https://stadsacademie.be/onderzoek/baudelo-sociaal-ruimtelijk-onderzoek/