De campus in de wijk Watersportbaan
docenten
studenten
actoren
contact
Op de rand van de Watersportbaan ligt de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen ingebed. Deze hoger onderwijsinstelling leidt studenten op als toekomstige psychologen, onderwijskundigen, orthopedagogen, en sociaal werkers. De campus heeft echter tot nu toe een relatief gesloten karakter, met een functioneel komen en gaan van studenten en docenten. In dit vak voeren de studenten een actie-onderzoek uit aan de hand aan vijf sociaal-ruimtelijke opgaven. In groepen werken ze deze onderling verbonden sporen uit, die aan het begin van het academiejaar met een groep betrokken actoren in de brede omgeving van de campus en de Watersportbaan geïndentificeerd zijn. Deze sporen gaan van de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg in de wijk Watersportbaan-Ekkergem tot de demografisch evolutie als potentiële bron van verandering voor de buurten Malem en Neermeersen. Een ander spoor focust op de informele ontmoeting in de buurt Watersportbaan-Ekkergem, aan de hand van voedsel. Daarnaast focust een groep studenten zich op sociaal werk en waar de breuklijn ligt tussen liefdadigheid versus duurzaam sociaal werk, met betrekking tot het voedingsvraagstuk in de Watersportbaan. Het laatste spoor onderzoekt hoe er een positieve beeldvorming rond sociale huisvestingsmaatschappijen kan ontstaan onder de studenten van de faculteit.
De studenten schrijven in groepen papers rond elk van deze sporen.
Over het vak
In het vak Burgerschap, Vermaatschappelijking en Onzichtbare Zorg gaan studenten onder intensieve begeleiding studenten in groepen via actie-onderzoek aan de slag met relevante opgaves, die ieder academiejaar in overleg met de actoren betrokken in het inter- en transdisciplinair partnerschap rond de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen worden bepaald.
Dit actie-onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van vier onderliggende principes. Ten eerste is het een ‘estafette vak’. Dit betekent dat bestaande en nieuwe kennis interdisciplinair gebundeld wordt en er duurzaam op wordt doorgewerkt, over verschillende generaties van studenten heen. Elk jaar steunt daarbij op het werk van vorig jaar, om zo gaandeweg onderzoek te vervolledigen, een handelingsperspectief te ontwikkelen en over te dragen naar andere jaren. Kortom, de taak van de student verdwijnt niet in een lade, maar leeft verder. Ten tweede wordt er van buiten naar binnen gewerkt. Eerder dan de buurt toe te leiden tot de faculteit, moet achterhaald worden wat de faculteit kan betekenen voor de bewoners. Dit vraagt de studenten om de eigen faculteit vanuit de brede context te bekijken, afstand te nemen en een kritische houding aan te nemen, vooral naar eigen context en positie. Op deze manier worden duurzame relaties aangegaan met de buurt en kan er onderzocht worden hoe de faculteit en de opleiding kan veranderen richting een ecologische en sociale duurzaamheid. Ten derde leert het actie-onderzoek de studenten om theorie te toetsen tegenover de praktijk van het werkveld. Bij sociaal-ruimtelijk onderzoek speelt er een spanning tussen de student en het profesioneel veld, tussen principes zoals ‘housing first’ / ‘versnelde toewijs’ ten opzichte van de praktijk, tussen ontworpen versus geleefde werkelijkheid. Tenslotte wil het actie-onderzoek de student aanzetten om actie te ondernemen binnen een breder perspectief op sociaal werk. Hoe moet je je als student organiseren en hoe moet je een handelingsperspectief ontwikkelen? Hoe kan je als student het werk laten resoneren met andere praktijken, opleidingen en contexten?