STADSACADEMIE is een platform voor samenwerking tussen Universiteit Gent en stedelijke actoren rond Gentse duurzaamheids­kwesties via transdisciplinair onderzoek en onderwijs.

Vak Duurzame Steden
2022-2023

Meer bloei in de Bloemekenswijk: het potentieel van publieke ruimte

Wat dragen bestaande, nieuwe en mogelijke veranderingen bij aan de duurzame herontwikkeling van de Gentse Bloemekenswijk?

docenten

UGent — Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur — vakgroep Architectuur en Stedenbouw
UGent — Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO), Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen — vakgroep Politieke Wetenschappen

studenten

--

actoren

Stad Gent — Dienst Stedelijke Vernieuwing — Programmaregisseur Stad Gent
KULeuven
Stad Gent — Dienst Beleidsparticipatie — Wijkregisseur Bloemekenswijk
UGent — Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen — vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek
UGent — Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur — vakgroep Architectuur en Stedenbouw

contact

UGent — Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur — vakgroep Architectuur en Stedenbouw
UGent — Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO), Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen — vakgroep Politieke Wetenschappen

Hoe ziet de (potentieel) nieuwe publieke ruimte er uit in een klimaatrobuuste en duurzame stad? Doelstellingen op vlak van duurzame mobiliteit, waterbuffering, groeninrichting, onder- en bovengrondse infrastructuur voor energie, technologie, rioleringen en water, toegankelijkheid, betaalbaarheid… worden op de beperkte publieke ruimte geprojecteerd. Er moeten keuzes gemaakt worden en slimme oplossingen bedacht worden, die de talloze verwachtingen, inrichtingen, gebruiken en het beheer met elkaar kunnen verzoenen. De publieke ruimte heeft in de afgelopen decennia reeds grote veranderingen ondergaan, maar is ook een belangrijke focus in huidige en toekomstige stadsvernieuwingsprojecten.   

Dit vak focust zich op de veranderende publieke ruimte in de Gentse Bloemekenswijk, zowel op vlak van de vernieuwing van de bestaande fysieke ruimte, als in de nieuwe vormen van gedeelde ruimtes en beheer. Het huidig stadsbestuur heeft zich geëngageerd om in deze legislatuur een agenda op te maken voor een nieuw stadsvernieuwingsproject in de Bloemekenswijk. De Stadsacademie werkt hieraan mee en binnen dit vak willen we bijdragen aan de lopende discussies en onderzoeken. 

We vertrekken niet bij de antwoorden, maar wel bij de vraag en proberen te achterhalen welke sleutelonzekerheden het vraagstuk bepalen. Aan de hand van aangereikte kaders nemen de studenten een tiental niche-initiatieven in de Bloemekenswijk onder de loep, waarmee ze mogelijke toekomstscenario’s ontwikkelen voor de wijk. Tenslotte wordt er nagedacht over normatieve stellingnames en oplossingsstrategieën voor de wijk. 

Binnen de brede transitie naar een duurzame en klimaatrobuuste stad stapelen de doelstellingen en ambities zich op: principes rond waterbuffering, rond energetische isolatie, energiebuffering en duurzame opwekking, rond een duurzame mobiliteitsshift, rond verdichting, compact wonen en efficiënt ruimtegebruik... Aan die lijst kan je nog een hele lijst van wensen van bewoners en noden van specifieke doelgroepen toevoegen: betaalbaar wonen, sociale veiligheid, intergenerationeel wonen, integrale toegankelijkheid, kindvriendelijkheid,… Al die normatieve uitgangspunten landen op concrete plekken en laten zich niet zomaar optellen. Niet alleen vragen ze vaak om ingrijpende veranderingen in de inrichting, het beheer en gebruik van de ruimte, maar zijn ze ook onderling met elkaar in tegenspraak en strijden ze in de stad om dezelfde beperkte ruimte. De duurzame stad kan niet zonder (politieke) keuzes en er is een strijd gaande tussen verschillende modellen en perspectieven om deze keuzes te maken. 

Deze strijd om ruimte in de duurzame stad is het meest tastbaar in het openbaar domein. Hier zie je nadrukkelijk de op handen zijnde ingrijpende veranderingen. Pleinen die amper 5 jaar geleden werden heraangelegd met dure bestrating worden vandaag opgebroken omwille van onthardingsdoelstellingen en het tegengaan van het stedelijk hitte-eiland effect. Het profiel van de rijweg is in veel straten voorwerp van een heuse strijd. Waar de auto voorheen de verdeling van de ruimte bepaalde en de overschotruimte voor de voetganger en fietser was, wordt die logica vandaag vaak omgekeerd. Dit gaat van voorzichtige fietsstraten tot radicale ingrepen die de parkeerruimte van de auto naar de rand van de wijk duwen. Zorgen om biodiversiteit brengen nieuwe eisen met zich mee op vlak van groenbeheer. Nieuwe technologie strijdt om de ruimte onder het voetpad, waar plaats moet worden gemaakt voor warmtenetten of glasvezelkabels, en dat is exact waar ook gezocht wordt naar meer wortelruimte voor klimaatbomen, die er 100 jaar moeten kunnen staan om ons te beschermen tegen de hitte. 

De strijd om de stedelijke openbare ruimte is niet alleen een strijd om vierkante meters en het beheer ervan. Het is ook een strijd om beperkte middelen en hoe daarmee om te gaan. Het openbaar domein behoort typisch tot de kerntaak van een lokale overheid en de inrichting en het onderhoud worden gedragen door publieke middelen. Maar zijn die middelen wel eerlijk verdeeld? Waar moet de gebruiker mee betalen en wat blijft gratis voor iedereen? Hoe organiseren we de noodzakelijke solidariteit en is dit enkel een strijd om publieke middelen? Tussen het publiek domein en het particulier belang tekent zich een nieuw speelveld af van coöperatieve verbanden, zogenaamde ‘commons’, en allerlei vormen van gedeeld ruimtegebruik. De ene richt zich op nieuwe vormen van inclusie, de andere op meer exclusieve verbanden die de solidariteit beperken tot de direct deelnemende groep.  

Maar naast die letterlijke strijd om ruimte gaat het ook om een strijd over het recht op het gebruik van die ruimte en vooral over wie dat dan bepaalt. De breuklijnen zijn daarbij soms dezelfde: fietser versus auto, fietser versus voetganger… Maar de tegenstellingen zijn hier vooral meervoudig. Leeftijd, gender, inkomen, migratieachtergrond, opleidingsniveau... kruisen elkaar en versterken elkaar binnen nieuwe constructieve en destructieve, rechtvaardige en onrechtvaardige verbanden. De verschuivingen in de nieuwe publieke ruimte gaan op dat moment over het opnieuw toe-eigenen van de ruimte door een stedelijk publiek dat zich telkens opnieuw samenstelt vanuit andere ideeën over hoe die ruimte moet worden gedeeld en welke regels daarbij gelden en gehandhaafd worden. 

De Bloemekenswijk is een plek waar de bovenstaande uitdagingen rond de publieke ruimte zeker aanwezig zijn. Zo lag de wijk ooit aan de stadsrand, naast bedrijven, het psychiatrisch ziekenhuis, de Westerbegraafplaats en andere functies die typisch in de rand van de stad werden ingepland. Ondertussen bevindt de wijk zich veel centraler binnen de agglomeratie. Wat is de betekenis van het historische Edmond Van Beverenplein in dergelijk nieuw verband? Hoe verhoudt de voormalige UCO-site zich tot de wijk? Wat met de resterende oude industriële sites zoals de Filature d’Orleans? En wat met het Guislainmuseum en ziekenhuis? Kan een kerkhof ook functioneren als park? Hoe kunnen eventueel andere functies koppelen aan de stedelijke en recreatieve fietsroute? Maar vooral, wat dragen bestaande, nieuwe en mogelijke veranderingen bij aan de duurzame herontwikkeling van de Gentse Bloemekenswijk? Welke ruimte zien we hier voor publieke experimenten? Welke bewegingen leiden hier de dans? Wie moet of kan welke rol hier opnemen?  

 

Over het vak

Stedelijke duurzaamheidskwesties zijn complex, hardnekkig en vaak moeilijk te vatten in één discipline. In het vak Duurzame Steden staat Gent centraal als laboratorium voor die uitdagingen. Elk academiejaar wordt er gewerkt rond een ander actueel thema, zoals voeding, energie of circulaire economie.  

Het vak biedt studenten de kans om zulke vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken te benaderen: technisch, sociaal, ecologisch en rechtvaardig. Ze leren dat duurzaamheid in een stedelijke context niet losstaat van hoe we onze steden organiseren en samenleven. Een stedelijke benadering vertrekt daarbij vanuit onderlinge afhankelijkheid tussen bewoners en de manier waarop die zich vertaalt in de ruimte, infrastructuur en besluitvorming. 

De cursus start met inleidende lessen over duurzame ontwikkeling, transities en stedelijke framing. Wetenschappelijke kaders worden gekoppeld aan concrete Gentse voorbeelden: stadsprojecten, pilootinitiatieven en praktijkgemeenschappen. Daarna gaan studenten in kleine groepen aan de slag met één complexe Gentse casus die jaarlijks verandert. Zo verdiepen ze zich niet alleen in het vraagstuk zelf, maar ook in hoe verschillende perspectieven leiden tot andere probleemdefinities én oplossingen.