Feeding the campus, Feeding the city
auteur(s)
promotoren
co-promotoren
begeleiders
Hoe maak je van een universitaire cafetaria opnieuw een sociale en duurzame plek? Een keuken waar opnieuw zelf gekookt wordt, waar de student begrijpt waar het eten vandaan komt? Waar de student betaalt en weet waaróm hij die prijs betaalt, bewust kan kiezen voor kwaliteit, in de wetenschap dat zijn geld niet naar een anonieme groothandel gaat, maar naar de boer net buiten de stad? Sommigen zouden dit een droomvisie noemen, maar het is een reëel vraagstuk waar veel universiteiten vandaag mee bezig zijn.
Wat vandaag als ambitie wordt geformuleerd, was lange tijd vanzelfsprekend. Universitaire cafetaria’s waren namelijk ooit een uithangbord van de democratisering van het onderwijs: toegankelijke, bijna publieke ruimtes waar studenten en buurtbewoners elkaar ontmoetten bij een betaalbare maaltijd. Vandaag zijn het steeds vaker gesloten enclaves in de stad. De coronaperiode versnelde die evolutie: studenten die maandenlang thuis aten, ontdekten dat een lunch alleen of thuis even goed werkt, zeker wanneer wat de cafetaria daartegenover stelt weinig aantrekkelijk is. De ruimtes werden anoniem. Wie maakt het eten eigenlijk? Het kan toch niet rechtstreeks van de boer in de plastic zakken belanden, waarvan de inhoud dan in de cafetaria's wordt opgewarmd en op de borden geschept? De band tussen de student en wat er op zijn bord ligt, is zo goed als verdwenen.
Tussen ambitie en praktijk gaapt echter een grote afstand. Aanhoudende besparingen in het hoger onderwijs dwingen universiteiten om te snoeien, en het sociale en duurzame beleid is doorgaans als eerste aan de beurt. Dat een universiteit in de eerste plaats een onderwijsinstelling is, klopt, maar onderwijs veronderstelt studenten die gevoed zijn en zich goed voelen, en daarmee draagt elke universiteit ook een sociale verantwoordelijkheid. Dit is overigens geen exclusief Gentse of Belgische kwestie: wereldwijd formuleren universiteiten beleidsplannen die het welzijn van de student opnieuw centraal stellen, met aandacht voor betaalbaarheid en gezondheid enerzijds, en voor een eerlijk loon voor de boer en de ecologische impact op onze landbouwgronden anderzijds. Maar het gesprek blijft vaak binnen de muren van de instelling, terwijl de schaal van het probleem een breder platform vraagt.
Deze masterproef vertrekt vanuit die spanning en onderzoekt hoe dit zich vertaalt aan de UGent. Hoe kan de beweging weg van de gedemocratiseerde, sociale cafetaria worden gekeerd tot opnieuw een plaatsgebonden voedselsysteem? Een voedselsysteem waarin de student weer weet wat hij eet en bewust kan kiezen waarin hij investeert met zijn bijdrage. Omdat dit geen locatiegebonden probleem is, kijkt het onderzoek eerst naar hoe andere instellingen hiermee omgaan. Wie staat al ver, en wat valt er van hen te leren? Welke alternatieve voedselsystemen bestaan er, wat zijn de doelstellingen hieraan verbonden, en welke infrastructuur is hiervoor nodig? Deze kennis wordt verzameld uit 25 internationale casestudies die de inspiratie bieden om het voedselsysteem in Gent te kunnen herdenken.
Vervolgens worden deze vragen concreet gemaakt op Campus Coupure van de UGent, een site waarvan de toekomst onzeker is in het licht van de langetermijnplannen richting 2050. De projectie van deze verschillende voedselstrategieën of experimenten op een reële campus dient als denkruimte: niet om een afgewerkt antwoord te geven, maar om te onderzoeken hoe zo’n transitie er in de praktijk uit zou kunnen zien.