Renovatieplicht als beleidsinstrument voor de energietransitie: evaluatie via gevoeligheids- en onzekerheidsanalyses richting 2050
auteur(s)
Onderzoeksvraag
Om de Europese en Vlaamse klimaatdoelstellingen te behalen, is een ambitieus en doortastend beleid noodzakelijk dat ervoor zorgt dat het Vlaamse woningpatrimonium aanzienlijk energiezuiniger wordt. Het EPC-label was hierbij een waardevolle eerste stap, aangezien het eigenaars en kopers van woningen een helder beeld geeft van de energieprestatie van hun gebouw en hen aanzet tot renovatie. Toch is dit instrument op zichzelf niet voldoende. Zonder verplichte maatregelen en concrete stappenplannen dreigen de vooropgestelde doelstellingen onhaalbaar te blijven. Bovendien zijn de EPC-labels niet eenduidig: Vlaanderen, Brussel en Wallonië hanteren elk een verschillend label, wat voor verwarring kan zorgen en de effectiviteit van het systeem beperkt.
Dit onderzoek richt zich op de evaluatie van de renovatieplicht als beleidsinstrument binnen de energietransitie van het Vlaamse woningpatrimonium. Het onderzoek gaat na in welke mate de renovatieplicht als beleidsinstrument effectief kan zijn om de klimaatdoelstellingen van 2050 te halen. Daarbij wordt niet enkel gekeken naar de effectiviteit van het beleid, maar ook naar de knelpunten en de opportuniteiten die zich voordoen in de praktische uitvoering ervan. Om deze analyse vorm te geven, worden drie scenario’s vergeleken: een voortzetting van het huidige beleid, een scenario gebaseerd op eerder gevoerd beleid, en een referentiescenario zonder actief renovatiebeleid. De effectiviteit van elk scenario wordt geëvalueerd aan de hand van de geprojecteerde verdeling van EPC-labels in 2050, waarbij tevens wordt geanalyseerd welke parameters daarbij de grootste impact hebben.
— Onderzoeksvraag, overgenomen uit de masterproef (p.17)