STADSACADEMIE is een platform voor samenwerking tussen Universiteit Gent en stedelijke actoren rond Gentse duurzaamheids­kwesties via transdisciplinair onderzoek en onderwijs.

Masterproef

(Over)leven als moeder met kinderen in een kwetsbaar stedelijke woonomgeving: precariteit in sociale hoogbouw

Sarah Eggermont
lees op lib.ugent.be

auteur(s)

promotoren

co-promotoren

--

begeleiders

--

Inleiding

Deze bijdrage draagt de titel: (Over)leven als moeder met kinderen in een kwetsbaar stedelijke woonomgeving: precariteit in sociale hoogbouw. Ik leg even kort uit hoe ik hiertoe ben gekomen.

Mijn zoektocht begon begin 2021 vanuit een concrete vraag vanuit KAA Gent Foundation, een buurtsportinitiatief in de wijk Watersportbaan. Vooral de coördinator en de trainer maakten zich zorgen om de ‘zware rugzakjes’ van hun spelertjes. In september 2021 ging ik nogmaals in gesprek met mijn promotor Griet Roets, KAA Gent Foundation en wijkregisseur Evelyne Deceur. Ik vernam dat enkele studenten dit thema al onderzochten en ging in maart 2022 opnieuw in gesprek met Griet Roets en wijkregisseur Evelyne Deceur. Evelyne koppelde het laatste Atelier Jeugd terug en signaleerde dat er onder alle vrijetijdsactoren bezorgdheid heerst en grote vraag is naar kennis over thuissituaties van kinderen in de wijk Watersportbaan.

Ze verwees naar een grote nood aan kennis, wat ik als hiaat heb geïnterpreteerd. Waar ik in eerste instantie met KAA Gent Foundation zou verder gaan besloot ik om dieper in te gaan op dit signaal en te onderzoeken waarvan die signalen komen en wat die betekenden voor de praktijkwerkers enerzijds en vooral, wat de beleving is van mama’s met kinderen om te wonen en leven in de wijk Watersportbaan. Op aanraden van Evelyne Deceur koos ik voor de mama’s als doelgroep. Dit omdat zij nog altijd vaker betrokken zijn bij opvoedingstaken, er binnen de eenoudergezinnen meer alleenstaande moeders zijn dan alleenstaande vaders, en alleenstaande moeders een groot deel uitmaken van de populatie binnen sociale huisvesting.

Als ik over moeders ‘met kinderen’ schrijf, bedoel ik moeders die met hun kinderen samenwonen. Sommige moeders wonen wegens omstandigheden niet met hun kinderen samen. Omdat het signaal vanuit het vrijetijdsaanbod voor kinderen komt, vond ik het ook belangrijk om de beleving van moeders (en drie meerderjarige kinderen) ten aanzien van het voorgestructureerd vrijetijdsaanbod te bevragen, wat ik ook deed tijdens de interviews. Vrije tijd werd zo een luik in mijn bevraging, waar ik precariteit én veerkracht op verschillende levensdomeinen in kaart probeer te brengen.

Precarititeit verwijst naar onzekerheid. Die onzekerheid manifesteert zich op verschillende levensdomeinen. De flexibilisering van de arbeidsmarkt zorgt voor onzekerheid. En er is een ware wooncrisis aan de gang. De voorwaardelijkheid van bepaalde rechten zorgt voor onzekerheid. Onvoorspelbare (asiel)procedures, onvoorspelbare gezinssituaties, onvoorspelbare woonsituatie zijn enkele voorbeelden die het leven in precariteit in de hand werken/versterken/veroorzaken.

Ik start deze scriptie met een persoonlijke proloog om mijn eigen positie te schetsen. In de literatuurstudie begin ik met een korte geschiedkundige beschrijving van de wijk Watersportbaan, de sociale hoogbouw, sportfaciliteiten en de omgeving. Vervolgens bekijk ik de shift die de doelgroep van bewoners in een sociale woning meemaakte en zo het ontstaan van de ‘incapable tenant’. Daarna bespreek ik ook armoede, kwetsbaarheid en het ontstaan van het concept en beleidsdomein ‘kinderarmoede’. Hier komt ook meteen het ontstaan van een culpabiliserende visie op ‘schuldige’ ouders en vooral de schuldige moeder. Vervolgens ga ik dieper in op de housing pathways, een structureel kader dat de woongeschiedenis en het huishouden meeneemt in het woonverhaal. Dit staat in groot contrast met het beschuldigend discours van de incapable tenant.

Ten slotte geef ik aandacht aan theorievorming rond structureel vrijetijdsaanbod die vanuit het Participatiedecreet in 2008 naar voren kwam. Er zijn verschillende redenen waarom ik de voorgestructureerde vrije tijd betrek in mijn bijdrage. Eerst en vooral kwamen er signalen vanuit actoren in het vrijetijdsaanbod. Zij maken zich zorgen en vragen naar extra duiding over leefsituaties van moeders met kinderen. Hierop onderzocht ik eerst die signalen om te concretiseren welke vragen en zorgen er waren vanuit actoren vrijetijdsaanbod. Nadat ik vier actoren vrijetijdsaanbod interviewde, kon ik concretiseren waar hun zorgen lagen. Hierop ging ik over naar het belangrijkste onderwerp: de beleving van moeders met kinderen die wonen in sociale hoogbouw in de wijk Watersportbaan.

Bij vrije tijd bespreek ik participatie en sociaal kapitaal, en hoe een individualiserend discours binnensloop in buurtsport en het vrijetijdsaanbod. Hierna bespreek ik de probleemstelling en methodologie, waarop ik overga naar de bevindingen. In de bevindingen start ik met de thema’s wonen, werk en mobiliteit.

— Inleiding overgenomen uit masterproef.