Wonen in tijdelijkheid: een groeiende praktijk, maar een achterlopend beleid.
auteur(s)
promotoren
begeleiders
Iedereen heeft recht op wonen, toch slagen overheden er niet in om dit voor iedereen te garanderen. In Gent stijgt de dak- en thuislozentelling voor het tweede jaar op rij en blijft de wachtlijst voor een sociale woning groeien. Opvang alleen biedt geen duurzame oplossing, waardoor middenveldorganisaties op zoek gaan naar een stabielere tussenoplossing tussen dakloosheid en een permanente woning. Zo ontstaat wonen in tijdelijkheid, een woonvorm waarbij mobiele woonunits tijdelijk worden geplaatst op onderbenutte of leegstaande sites volgens de principes van Housing First.
Ondanks de toenemende aanwezigheid van wonen in tijdelijkheid in Gent, blijkt het beleid en planologisch kader onvoldoende afgestemd op deze nieuwe woonvorm. Tegelijk rijst de vraag waarom deze woonvorm zich ontwikkelt binnen tijdelijke invullingen. Dit onderzoek gaat na hoe middenveldorganisaties het huidig beleid en planologisch kader mee vormgeven en waarom deze woonvorm zich ontwikkelt als tijdelijke invulling.
Als casestudie wordt WoonBox Gent op het Arsenaal onderzocht. De keuze voor deze case vloeit voort uit het idee dat SAAMO Gent zich niet alleen inzet op agogisch vlak, maar ook op politiek vlak. Eerst wordt de case zelf geanalyseerd, waarna op basis van deze kennis gelijkaardige initiatieven worden onderzocht en interviews worden afgenomen met de betrokken stedelijke diensten om een dieper inzicht te verkrijgen.
De bevindingen tonen aan dat wonen in tijdelijkheid inhoudelijk aansluit bij de ruimtelijke visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en dat de Gentse Taskforce Wonen deze woonvorm reeds erkende als mogelijke overbrugging. In de praktijk gebeurt daar echter weinig mee. Een eenduidig kader ontbreekt en de realisatie van deze woonprojecten is sterk afhankelijk van de welwillendheid van de lokale overheid. In Gent blijken de aanwezigheid van begeleiding en het kwetsbare profiel van de doelgroep de doorslaggevende factor voor het goedkeuren van deze woonvorm op wachtgronden. Wachtgronden bieden daarbij de ruimte om te experimenteren, waarbij de term tijdelijkheid de drempel verlaagt om nieuwe woonvormen uit te proberen.
Wonen in tijdelijkheid kan in theorie werken als een waardevolle hefboom in afwachting van voldoende betaalbare woningen, rekening houdend met het feit dat dit geen oplossing is voor iedereen en zich richt op een specifieke doelgroep. Vervolgonderzoek na afloop van het WoonBox-project is noodzakelijk om de doorstroming te evalueren. Daarbij is het belangrijk dat wonen in tijdelijkheid geen alibi wordt voor overheden om structurele investeringen in sociale huisvesting uit te stellen. De tijdelijkheid van deze woonvorm, niet alleen van de site maar ook als tussenoplossing, moet worden bewaard. Wonen in tijdelijkheid is een middel, geen eindbestemming.