Open voor iedereen?
auteur(s)
promotoren
begeleiders
Deze thesis onderzoekt hoe inclusie vorm krijgt binnen tijdelijke invullingen in een stedelijke context. Tijdelijke invullingen worden vandaag vaak voorgesteld als open, experimentele en inclusieve plekken die ontmoeting, participatie en gemeenschapsvorming stimuleren (Oswalt et al., 2013; City of Ghent, 2018). Toch blijft onduidelijk hoe inclusie zich binnen dergelijke projecten concreet manifesteert in de dagelijkse praktijk.
Aan de hand van drie Gentse casestudies, De Meubelfabriek in de Brugse Poort, de Sint-Jozefkerk in Rabot beheerd door vzw OCUP en Broei op Nieuwland, onderzoekt deze thesis hoe inclusie georganiseerd, beleefd en begrensd wordt binnen tijdelijke invullingen. Het onderzoek vertrekt vanuit een kwalitatieve casestudiebenadering en combineert observaties, semigestructureerde interviews en documentanalyse. De analyse werd opgebouwd rond vijf analyseniveaus: toegang tot ruimte, regels en gebruiksvoorwaarden, besluitvorming en zeggenschap, programmatie en activiteiten, en gebruik en dagelijkse praktijk. Daarnaast vormt ook tijdelijkheid een belangrijke overkoepelende dimensie binnen alle cases.
Uit het onderzoek blijkt dat inclusie binnen tijdelijke invullingen geen eenduidige betekenis heeft, maar telkens anders vorm krijgt afhankelijk van context, doelgroep en organisatievorm. Daarnaast tonen de cases dat openheid niet automatisch leidt tot inclusie (Tonkiss, 2013). Achter ogenschijnlijk open en informele werkingen schuilen telkens vormen van organisatie, selectie, bemiddeling en afbakening. Ook tijdelijkheid blijkt geen neutrale achtergrond, maar een actieve factor die beïnvloedt hoe gebruikers zich verbinden aan een plek en hoe duurzaam vormen van sociale verankering kunnen ontstaan (Antonsich, 2010).