Wie mag door in Gent?
docenten
studenten
actoren
contact
Wie mag door in de stad? Het lijkt een simpele vraag, maar het antwoord is dat niet. Er heerst tegenwoordig een strijd in de ‘corridors’ in de stad. De term ‘corridor’ dient hier als de globale aanduiding voor die delen van de verstedelijkte ruimte die niet zijn verkaveld, die aaneengesloten paden bepalen en onder een vorm van collectief beheer staan. De druk op deze corridors groeit: een extra rijstrook voor het autoverkeer of een aparte beding voor de bus? Of veeleer een veilig fietspad? En mag de parkeerstrook weg zodat ook het voetpad breder kan? En wat met de vele nutsvoorzieningen onder en langsheen alle straten? Vergeten we niet al te vaak de alternatieven via de waterwegen en (oude) spoorwegen?
In het beheer van die corridors is er een historisch sterk samenspel tussen mobiliteit en de inrichting van het openbaar domein. Dit zijn typisch de ‘sterke’ diensten binnen een stedelijke administratie. Binnen dit vak wordt de dominante logica van dit samenspel in vraag gesteld door enerzijds te kijken naar de thema’s die typisch binnen de scope van deze diensten vallen, zoals nieuwe mobiliteitsscenario’s en de inrichting die daarvoor nodig is. Anderzijds worden historisch minder dominante thema’s onder de loep genomen, zoals de wateropgave, de energietransitie, de integrale toegankelijkheid, de biodiversiteit, de openbare veiligheid… Deze thema’s leiden vandaag tot (symbolische) acties in de publieke ruimte, maar worden niet systematisch opgenomen in de duurzame transformatie van de stad. Dit academiejaar gaan de studenten van dit vak, samen met stedelijke actoren, op zoek naar interessante koppelingen tussen de vele duurzaamheidsaspecten, die in de corridors van de stad noodzakelijkerwijs met elkaar verknoopt moeten worden.
Aan de hand van aangereikte kaders nemen de studenten een enkele Gentse niche-initiatieven onder de loop, waarmee ze mogelijke toekomstscenario’s ontwikkelen. Tenslotte wordt er nagedacht over normatieve stellingnames en oplossingsstrategieën voor de Gentse corridors.
Binnen de brede transitie naar een duurzame en klimaatrobuuste stad stapelen de doelstellingen en ambities zich op: principes rond waterbuffering, rond energetische isolatie, energiebuffering en duurzame opwekking, rond een duurzame mobiliteitshift, rond verdichting, compact wonen en efficiënt ruimtegebruik... Aan die lijst kan je nog een hele lijst van wensen van bewoners en noden van specifieke doelgroepen toevoegen: betaalbaar wonen, sociale veiligheid, intergenerationeel wonen, integrale toegankelijkheid, kindvriendelijkheid,… Al die normatieve uitgangspunten landen op concrete plekken en laten zich niet zomaar optellen. Niet alleen vragen ze vaak om ingrijpende veranderingen in de inrichting, het beheer en gebruik van de ruimte, maar zijn ze ook onderling met elkaar in tegenspraak en strijden ze in de stad om dezelfde beperkte ruimte. De duurzame stad kan niet zonder (politieke) keuzes en er is een strijd gaande tussen verschillende modellen en perspectieven om deze keuzes te maken.
Niet enkel openbaar vervoer, maar ook individuele mobiliteit vraagt om de nodige collectieve organisatie. Zonder weginfrastructuur is er geen mobiliteit. Maar ook zonder onderhoud van die wegen, zonder regels en de handhaving ervan, zonder logistieke aanvoer van brandstof… is er geen mobiliteit. Dit vertaalt zich ook letterlijk in de inrichting van het openbaar domein en de zichtbare keuzes en prioriteiten die bij de inrichting leidend waren. In de tweede helft van de 20ste eeuw was de doorgang van de auto prioritair en werd stelselmatig het leeuwendeel van de publieke ruimte daarvoor gereserveerd. Vandaag zijn de prioriteiten verschoven. In de context van klimaatverandering, de energietransitie en een gewenste ‘modal shift’ wordt deze status quo in vraag gesteld. De veranderende mobiliteitsmodellen landen in het openbaar domein samen met andere doelstellingen, zoals ontharding, veiligheid, integrale toegankelijkheid, nutssystemen… Dit leidt tot een onderhandeling van de inrichting van het openbaar domein, wat soms letterlijk gaat over het herschikken van de stedelijke vloer: een rijstrook minder, een vrije busbaan, een breder voetpad, een fietspad waar vroeger auto’s geparkeerd stonden… Eveneens gaat het over een nieuw gebruik van dezelfde rijweg: een ander snelheidsregime, het logistiek gebruik van de waterweg, de ontwikkeling van de oude spoorlijn als klimaatas, een stopplaats meer op het ringspoor… De keuzes lijken op het eerste zicht duidelijk, maar de duurzaamheidsclaims, de systeemtransformatie die noodzakelijk en beloofd wordt, de sociaal rechtvaardigheidsimplicaties, de klimaatvoordelen... zijn bij nader inzien niet altijd vanzelfsprekend en helder.
Over het vak
Stedelijke duurzaamheidskwesties zijn complex, hardnekkig en vaak moeilijk te vatten in één discipline. In het vak Duurzame Steden staat Gent centraal als laboratorium voor die uitdagingen. Elk academiejaar wordt er gewerkt rond een ander actueel thema, zoals voeding, energie of circulaire economie.
Het vak biedt studenten de kans om zulke vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken te benaderen: technisch, sociaal, ecologisch en rechtvaardig. Ze leren dat duurzaamheid in een stedelijke context niet losstaat van hoe we onze steden organiseren en samenleven. Een stedelijke benadering vertrekt daarbij vanuit onderlinge afhankelijkheid tussen bewoners en de manier waarop die zich vertaalt in de ruimte, infrastructuur en besluitvorming.
De cursus start met inleidende lessen over duurzame ontwikkeling, transities en stedelijke framing. Wetenschappelijke kaders worden gekoppeld aan concrete Gentse voorbeelden: stadsprojecten, pilootinitiatieven en praktijkgemeenschappen. Daarna gaan studenten in kleine groepen aan de slag met één complexe Gentse casus die jaarlijks verandert. Zo verdiepen ze zich niet alleen in het vraagstuk zelf, maar ook in hoe verschillende perspectieven leiden tot andere probleemdefinities én oplossingen.