STADSACADEMIE is een platform voor samenwerking tussen Universiteit Gent en stedelijke actoren rond Gentse duurzaamheids­kwesties via transdisciplinair onderzoek en onderwijs.

Masterproef

Van vastgoed naar leefgoed

De transformatie van het Caermersklooster in Gent tot een pedagogische woonomgeving via een herbestemming als studentenwooncoöperatie.

auteur(s)

Master in de stedenbouw en ruimtelijke planning

promotoren

begeleiders

Vincent Van Praet

11.500 studenten in gezinswoningen zetten druk op een reeds oververhitte woningmarkt in Gent. Als antwoord op de groeiende vraag naar studentenkamers creëert Stad Gent sinds 2010 een gunstig klimaat voor private ontwikkelaars die vanuit een winstgedreven logica studentenhuisvesting realiseren. Naast het tekort aan betaalbare en kwaliteitsvolle studentenhuisvesting kampt Gent echter ook met een tekort aan betaalbaar wonen in het algemeen, lange wachtlijsten voor sociale woningen en een toenemende vermarkting van publieke gebouwen. Dit staat in schril contrast met de toenemende leegstandsproblematiek van verschillende publieke sites.

Het Caermersklooster in Gent is een emblematische site waar deze vraagstukken samenkomen. Tegelijk kent het gebouwencomplex een lange geschiedenis van alternatieve collectieve woonvormen, gemeenschapsvorming en activisme. Vanuit deze casestudy onderzoekt deze masterproef hoe het ontwerp en de transformatie van het Caermersklooster tot een studentenwooncoöperatie kunnen bijdragen aan een pedagogische woonomgeving en perspectieven kunnen openen naar alternatieve toekomsten.

Dit kwalitatieve onderzoek werd uitgevoerd binnen het bredere kader van het masterproefatelier van de Stadsacademie “Vooruit 2.0 – Een studentenwooncoöperatie in Gent?”, waarin een exploratieve, inter- en transdisciplinaire aanpak centraal staat. Het onderzoek verliep als een iteratief en inductief proces. Aan de hand van een literatuurstudie werd een theoretisch kader opgebouwd waarin een sociaal-rechtvaardigheidsperspectief centraal staat en dat als kritische lens dient voor het interpreteren van onderzoeksbevindingen. Vervolgens werden conceptuele inzichten ontwikkeld rond het potentieel van studentenwooncoöperaties als alternatief model voor studentenhuisvesting. Daarnaast werd een inductieve analyse uitgevoerd op basis van semigestructureerde interviews en onderzoek naar historische en actuele activistische en coöperatieve woonpraktijken. Tenslotte werd ontwerpend onderzoek ingezet als methode, waarbij interactieve workshops met jongeren en studenten centraal stonden om alternatieve toekomstscenario's voor het Caermersklooster te verkennen en collectief vorm te geven.

Dit onderzoek toont aan dat studentenwooncoöperaties meer kunnen zijn dan een alternatief huisvestingsmodel. Door collectief eigenaarschap, democratisch beheer en niet-speculatie te combineren, bieden zij potentieel voor betaalbaar wonen, gemeenschapsvorming en collectieve leerprocessen. Vanuit de casestudy van het Caermersklooster werd de focus daarbij verbreed van studenten naar jongeren. De historische en actuele aanwezigheid van jonge kunstenaars, woonactivisten en studenten op de site toont dat jongeren niet louter passieve woonconsumenten zijn, maar ook benaderd mogen worden als actieve burgers en medevormgevers van hun woonomgeving. De analyse van historische en actuele activistische en coöperatieve woonpraktijken toont bovendien dat duurzame verandering ontstaat in de wisselwerking tussen gemeenschapsgedreven initiatieven en institutionele ondersteuning. Daarnaast illustreert het ontwerpend onderzoek dat collectieve verbeelding een belangrijke rol kan spelen in het zichtbaar maken, bespreken en toetsen van alternatieve toekomstperspectieven.

Tenslotte biedt de herbestemming van het Caermersklooster tot een studentenwooncoöperatie geen kant-en-klare oplossing, maar opent zij wel perspectieven naar een pedagogische woonomgeving waarin samen wonen, leren en zorgen centraal staan. De transitie van vastgoed naar leefgoed vraagt daarbij niet alleen om alternatieve woonmodellen, maar ook om samenwerking tussen geëngageerde gemeenschappen, publieke instellingen en private actoren die maatschappelijke meerwaarde vooropstellen boven louter financiële rendementen.