Het hergebruikpotentieel van constructiematerialen in het naoorlogs UGent-patrimonium: casus 'Paddenhoek' en 'UZ Blok B'
auteur(s)
Abstract
Het naoorlogs UGent-patrimonium is tot een punt gekomen waarop renovaties en hergebruik van constructiematerialen een prangend onderwerp zijn geworden. Deze thesis onderzoekt hoe men hergebruik naar de toekomst toe aan UGent kan organiseren en toepassen.
Hiervoor analyseerden we eerst criteria om het hergebruikpotentieel van materialen mee te beoordelen. Er werd een onderscheid gemaakt tussen criteria voor materiaalgegevens, materiaalwaarde, de kwaliteit van het materiaal en de praktische regeling. Dit resulteerde in een hiërarchie aan begrippen die mee het potentiële materiaal kunnen definiëren en evalueren.
Daarnaast constateerden we dat UGent in de voorbije jaren reeds een hergebruikpraktijk heeft uitgevoerd die voornamelijk gericht was op meubilair en afwerkingsmaterialen. Toch bleek er in de laatste 2 hergebruikprojecten in studiefase dat ook recuperatie van constructiematerialen een aandachtspunt werd. Deze voorbeelden uit de jaren 60,70 beschouwden we als onze casestudies. Geïnspireerd door templates van FCRBE maakten we een eigen hergebruikinventaris van de structurele elementen van beide gebouwen op. De focust lag hierbij op de 4 meest voorkomende algemene constructiematerialen. Deze zijn structureel hout en staal, gewapend beton en baksteen. Hierop pasten we de gevonden actuele hergebruikcriteria op toe. Dit verschaf ons een beter inzicht in hun materiaalpotentieel alsook de voornaamste verschillen en gelijkenissen.
Tezamen met de literatuurstudie resulteerde voorgaand beschreven onderzoek in een algemeen stappenplan over het hergebruikproces die de universiteit hierin kan ondersteunen. Per fase werd er een onderscheid gemaakt tussen de operatoren, de hergebruikfocus, de gevaren, de taken en de beschikbare hulpmiddelen. Tevens werd er aandacht geschonken aan het toekomstperspectief van dit naoorlogs universitair patrimonium. Het structureel materiaalgebruik ervan werd in kaart gebracht en mogelijke richtlijnen werden uitgezet. Zo werd er een toekomstvisie opgesteld die men op de overige gebouwen uit dezelfde periode kan toepassen. Tot slot worden er praktische constructieve hergebruikfiches aangeboden die de hergebruikpraktijk van constructiematerialen in versnelling kan brengen.
— Abstract, overgenomen uit masterproef.