Studentenwooncoop als Hefboom voor Inclusie
auteur(s)
promotoren
Het masterproefatelier “Vooruit2.0 – Een studentenwooncoöperatie in Gent?” van de Stadsacademie waarbinnen deze masterproef tot stand kwam, vertrekt vanuit het groeiende tekort aan betaalbare en kwaliteitsvolle studentenhuisvesting in Gent. De sterke toename van het aantal studenten ging de voorbije decennia niet gepaard met een evenredige uitbreiding van het formele studentenwoonaanbod, waardoor duizenden studenten aangewezen zijn op de reguliere huurmarkt of op commerciële woonmodellen waarin huisvesting steeds sterker als investeringsproduct wordt benaderd. Het atelier onderzoekt daarom of een studentenwooncoöperatie een betaalbaar, kwaliteitsvol en niet-speculatief alternatief kan vormen, met meer aandacht voor gemeenschapsvorming en maatschappelijke meerwaarde. Deze masterproef verbindt die problematiek met een bijkomend maatschappelijk vraagstuk. Door de vermaatschappelijking van de zorg wordt van jongvolwassenen met een verstandelijke beperking steeds vaker verwacht dat zij buiten een institutionele, vaak sterk gestructureerde zorgcontext wonen. De oversteek naar zelfstandig wonen blijft echter moeilijk, onder meer door het beperkte aanbod aan betaalbare en passende woonvormen en een reguliere woningmarkt die onvoldoende is afgestemd op hun ondersteuningsnoden.
Zorgcampus De Deyne vormt hiervoor een relevante case omdat de site zich op een kritisch moment van ruimtelijke transformatie bevindt. Er wordt een nieuw masterplan ontwikkeld en verschillende verhuisbewegingen zorgen ervoor dat onder meer het Sint-Jozefgebouw vrijkomt. Tegelijk heeft de campus een lange zorggeschiedenis voor jongeren met een verstandelijke beperking en ligt ze strategisch tussen verschillende hogeronderwijsclusters. Hierdoor biedt de site kansen om zorg en studentenhuisvestiging met elkaar te verbinden.
Vanuit de combinatie van beide woonvraagstukken vertrekt deze masterproef vanuit de volgende onderzoeksvraag: Hoe kan het model van de studentenwooncoöperatie bijdragen aan een vorm van gemengd wonen tussen jongvolwassenen met een verstandelijke beperking en studenten? Casus: reconversie van het Sint-Jozefgebouw binnen Zorgcampus De Deyne. De campus vormt daarbij niet alleen de ruimtelijke casus, maar ook een bijkomend onderdeel van de problematiek: de campus wordt gekenmerkt door afzonderlijke en afgebakende delen, waardoor organisaties en gebruikersgroepen grotendeels naast elkaar functioneren en de verbinding met de omliggende buurt beperkt blijft.
Om deze vraag te beantwoorden, werd een gestructureerde aanpak van kwalitatief onderzoek en strategisch ontwerp gehanteerd. Theoretische inzichten uit geraadpleegde literatuur over studentenwooncoöperaties, gemengd wonen, het supportparadigma en de vermaatschappelijking van de zorg werden verbonden met semigestructureerde interviews, observaties en mappings. Daarbij werd gesproken met zorgprofessionals, een persoon met een verstandelijke beperking, buurtbewoners, bewoners-coöperanten van een studentenwooncoöperatie, een wijkregisseur, architecten en een medewerker van de Broeders van Liefde, de organisatie die eigenaar is van Zorgcampus De Deyne. Op basis van deze theoretische en empirische inzichten werd een visie ontwikkeld op een gemengde studentenwooncoöperatie, die vervolgens werd vertaald in een strategisch ontwerpvoorstel voor het Sint-Jozefgebouw en de ruimere campus.
Dit onderzoek brengt het potentieel van een gemengde studentenwooncoöperatie in beeld als meer dan een vorm van betaalbare huisvesting. Het model kan een woon- en leefgemeenschap creëren waarin studenten en jongvolwassenen met een verstandelijke beperking als volwaardige bewoners samenleven en, ieder vanuit de eigen mogelijkheden, verantwoordelijkheid opnemen voor hun woonomgeving. Door in te zetten op wederkerigheid, gelijkwaardigheid en gemeenschapsvorming kunnen beide groepen elkaars leefwereld beter leren kennen en sociale, praktische en organisatorische vaardigheden ontwikkelen. Voor jongvolwassenen met een verstandelijke beperking kan deze woonvorm de overgang naar meer zelfstandigheid ondersteunen, terwijl studenten betaalbaar en kwalitatief wonen verbinden met maatschappelijk engagement. Professionele begeleiding is daarbij noodzakelijk om zorgspecifieke taken op te nemen en de groepsdynamiek te ondersteunen.
Dit potentieel ontstaat echter niet vanzelf. Op basis van de theoretische en empirische analyse werden daarom zeven sociale, organisatorische en ruimtelijke werkpistes geformuleerd: woonkwaliteit en engagement als motief tot toetreding, bewonersinstroom, wederkerigheid en gelijkwaardigheid in het dagelijkse samenleven, professionele ondersteuning als randvoorwaarde, van dagbesteding naar actieve deelname, de ruimtelijke schakel tussen wonen, zorg en buurt en het omgaan met spanningen in het samenleven.
De analyse van Zorgcampus De Deyne toont zowel kansen als drempels. De groene en relatief beschutte omgeving, de historische verwevenheid van wonen, zorg en onderwijs, de aanwezigheid van zorgorganisaties, de nabijheid van hogeronderwijscampussen en het vrijkomen van het Sint-Jozefgebouw bieden gunstige voorwaarden voor een gemengd woonproject. Tegelijk wordt de campus gekenmerkt door afzonderlijke ruimtelijke clusters, beperkte verbindingen tussen organisaties en gebruikersgroepen, mobiliteitsknelpunten en gevoelens van onveiligheid. Hagen, hekken en poorten zijn soms noodzakelijk vanuit veiligheid en privacy, maar versterken ook de ruimtelijke en sociale versnippering. Het strategisch ontwerp zet daarom in op een betere doorwaadbaarheid en een sterkere verbinding tussen het woonproject, de campus en de omliggende buurt. Op deze manier wordt in de masterproef verkend hoe de sociale, organisatorische en ruimtelijke werkpistes van een gemengde studentenwooncoöperatie binnen de reconversie van het Sint-Jozefgebouw kunnen worden samengebracht.