Relatie tussen EPC label en de energievraag in een eengezinswoning, rekening houdend met het bewonersgedrag
auteur(s)
Abstract
De Europese Unie heeft zich als doel opgelegd om tegen 2050 het eerste klimaat neutrale continetent te zijn, zoals beschreven in de nieuwe Europese Green Deal. Gezien de grote energie-impact van woningen is de bouwsector een van de speerpunten geworden met binnen deze Green Deal aan de hand van de Renovation Wave om tegen 2050 alle woningen binnen de EU energetisch te renoveren tot een EPC-Label A. De EPC-Labels worden bepaald op basis van een theoretische inschatting van het jaarlijks primair energieverbruik. Echter blijkt uit studies dat deze theoretische inschatting vaak niet overeenkomt met het werkelijke energieverbruik van de woning. Deze discrepantie wordt in de literatuur de energieprestatiekloof (EPG) genoemd.
In de literatuur worden verschillende oorzaken gegeven voor de energieprestatiekloof (EPG). Een van de oorzaken is het gedrag van bewoners. In de literatuur is reeds onderzoek gedaan naar de invloed van bewoners op de EPG, echter is in deze gevallen moeilijk een onderscheid te maken tussen het bewonersgedrag en andere parameters die ook een invloed kunnen hebben op de EPG. Deze masterproef heeft dan ook als doel om specifiek de invloed van het bewonersgedrag op de EPG te onderzoeken. Door een reeks bewonersprofielen in een reeks aan fictief gerenoveerde woningen te simuleren en deze te vergelijken met de EPC-score kunnen verschillende invloeden onderzocht worden. Meer in het bijzonder wordt het effect van de setpunttemperatuur, het effect van het verwarmen van verschillende ruimtes en het effect van de gezinssamenstelling onderzocht.
De resultaten tonen aan dat zowel de setpunttemperatuur als de gezinssamenstelling weldegelijk een invloed hebben op de energieprestatiekloof. Waarbij een hogere setpunttemperatuur in de simulaties zorgt voor een kleinere kloof tussen het EPC label en het gesimuleerde verbruik voor de EPC-Labels E tot en met B. De setpunttemperatuur zorgt voor een grotere kloof in het geval van EPC- Label A. Grotere gezinssamenstellingen zorgen dan weer voor een grotere kloof voor label E tot en met B en een betere inschatting voor het EPC label A. Het aantal verwarmde ruimtes heeft enkel een invloed op de EPG wanneer alle ruimtes verwarmd worden ten opzichte van het verwarmen van enkel de leefruimte of leefruimte en badkamer. De EPG wordt kleiner voor Label E tot en met B en groter voor Label A. Het verschil in EPG tussen het verwarmen van de leefruimte en het verwarmen van de leefruimte en badkamer is verwaarloosbaar klein.
— Abstract, overgenomen uit de masterproef.