STADSACADEMIE is een platform voor samenwerking tussen Universiteit Gent en stedelijke actoren rond Gentse duurzaamheids­kwesties via transdisciplinair onderzoek en onderwijs.

Masterproef

Onderzoek naar het hergebruikpotentieel van materialen uit bestaande sociale woningen aan de hand van casestudies

Jelle Van Der Poorten, Dries Haverbeke
Masterproefatelier Circulair Bouwen III
lees op lib.ugent.be

co-promotoren

--

begeleiders

--

Abstract

Het sociaal huisvestingspatrimonium en bij uitbreiding het Vlaamse patrimonium hebben een stadium bereikt waarin renovaties en het hergebruik van constructiematerialen een urgente kwestie zijn geworden. Deze thesis onderzoekt hoe hergebruik in de toekomst bij deze sociale huisvestingsmaatschappijen kan georganiseerd worden.

In de literatuurstudie wordt het Vlaamse woningenbestand bekeken met extra aandacht voor het sociale huisvestingspatrimonium. Daarnaast wordt in deze literaire studie onderzocht welke materialen gebruikt zijn bij het optrekken van deze gebouwen. Er wordt gekeken naar hoe deze materialen ten opzichte van elkaar zijn vervat (bevestiging en volgorde). Met deze inzichten worden de hedendaagse gangbare hergebruikprocessen onder de loep genomen. In de literatuur worden de voor- en nadelen van hergebruik bestudeerd, toegepast op de regionale context.

De eerste pijler van het onderzoek omvat de materiaalinventarisatie van 20 woningen uit verschillende wijken met een bouwperiode tussen 1945-2005. Deze steekproef geeft een goede inschatting van het sociale huisvestingspatrimonium gebouwd in deze bouwperiode. De materiaalinventarisatie geschiedt met een intern ontwikkelde database, dewelke een overzicht geeft van de typisch gebruikte constructie opbouwen en bouwmaterialen. Met deze verzamelde data worden grafieken opgesteld die de gelijkenissen en verschillen in materiaalgebruik en bouwmethode weergeven in de tijd.

In de tweede pijler worden interviews afgenomen met actoren actief in de sociale huisvestingssector en de renovatiesector, waarin ze via een enquêtematerialen uit een geselecteerde materiaalgroep beoordelen. Deze beoordelingen worden samengebracht in een determinatietabel waaruit de geprefereerde materialen voor hergebruik vloeien. Niet elk materiaal leent zich tot hergebruik, hierdoor wordt naast materiaalhergebruik ook hergebruik op element- en gebouwniveau onderzocht.

De eerste en tweede pijler worden parallel uitgevoerd en resulteren in de derde pijler, waarin een kader wordt opgesteld die projectleiders uit de sociale huisvesting helpt om het hergebruikpotentieel maximaal toe te passen en zo tot het meest duurzame (ver)bouwproject te komen.

— Abstract, overgenomen uit de masterproef.